ECLI:NL:RVS:2017:3145
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- B.P. Vermeulen
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens misbruik van recht bij Wob-verzoek
De zaak betreft een hoger beroep van appellant tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag waarin het beroep ongegrond werd verklaard. Appellant had op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) een verzoek ingediend om stukken uit zijn dossier te verkrijgen. Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag had dit verzoek deels ingewilligd en deels geweigerd, waarna appellant bezwaar maakte dat niet-ontvankelijk werd verklaard omdat het college de gevraagde stukken inmiddels had verstrekt.
De rechtbank oordeelde dat appellant misbruik van recht had gemaakt door het Wob-verzoek en het daarop volgende beroep in te stellen met het oogmerk om proceskostenvergoedingen te incasseren en niet om openbaarmaking voor eenieder te bewerkstelligen. Het hoger beroep richtte zich tegen dit oordeel.
De Raad van State bevestigt dat het indienen van Wob-verzoeken geen belang behoeft, maar dat misbruik van recht kan worden aangenomen indien de bevoegdheid wordt gebruikt voor een ander doel dan waarvoor zij is verleend. Uit de feiten blijkt dat appellant en zijn advocaat bewust de Wob gebruikten om stukken te verkrijgen die reeds beschikbaar waren en dat het beroep slechts diende om proceskosten te verkrijgen. Daarom is sprake van misbruik van recht en wordt het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 15 november 2017.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht bij het indienen van het Wob-verzoek en het daarop volgende beroep.