ECLI:NL:RVS:2017:3135
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van weigering zittingstoeslag voor rechtsbijstandverlener in jeugdstrafzaak
Appellant heeft een vergoeding aangevraagd voor verleende rechtsbijstand in een jeugdstrafzaak, waarbij hij twee zittingen bijwoonde en aanspraak maakte op een zittingstoeslag voor beide. De raad stelde een vergoeding vast voor slechts één inhoudelijke zitting en wees het bezwaar van appellant af. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat slechts één zitting inhoudelijk was behandeld.
In hoger beroep betoogde appellant dat ook de zitting van 25 september 2015 als inhoudelijk moest worden aangemerkt, omdat hij zich daarop voorbereidde en aanwezig was, ondanks dat de verdachte ontbrak. De Raad van State overwoog dat uit het proces-verbaal bleek dat die zitting niet inhoudelijk was, maar slechts werd besloten tot aanhouding van de zaak om contact met de verdachte te zoeken.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank dat appellant geen recht heeft op een zittingstoeslag voor de eerste zitting, waardoor het hoger beroep ongegrond werd verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van een zittingstoeslag voor de eerste zitting bevestigd.