ECLI:NL:RVS:2017:3080
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongegrondheid asielaanvraag na vernietiging rechtbankuitspraak in vreemdelingenrecht
De vreemdeling had een asielaanvraag ingediend op basis van zijn bekering tot het Christendom en de vermeende risico's bij terugkeer naar Iran. De staatssecretaris wees de aanvraag af, waarna de rechtbank het beroep van de vreemdeling gegrond verklaarde en het besluit vernietigde. Zowel de staatssecretaris als de vreemdeling gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het betoog van de vreemdeling in hoger beroep geen aanleiding gaf tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De primaire klacht van de staatssecretaris dat de rechtbank ten onrechte een nieuw asielmotief had betrokken, werd verworpen omdat een illegale uitreis uit Iran op zichzelf geen grond voor asielrechtelijke bescherming vormt. De subsidiaire klacht van de staatssecretaris dat Iraniërs niet louter vanwege een illegale uitreis een reëel risico lopen op een schending van artikel 3 EVRM Pro, werd wel gehonoreerd.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 13 november 2017 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris gehandhaafd.