ECLI:NL:RVS:2017:3010
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging oplegging Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer na herhaaldelijk onveilig rijgedrag
Het CBR legde appellant een Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer (EMG) op naar aanleiding van een politierapport dat herhaaldelijk onveilig rijgedrag op 29 mei 2014 constateerde, zoals inhalen over een dubbele doorgetrokken streep en rechts inhalen op de autosnelweg. Appellant betwistte in hoger beroep de kwalificatie van zijn gedragingen en de betrouwbaarheid van het proces-verbaal, en voerde aan dat het CBR geen belangenafweging had gemaakt.
De rechtbank oordeelde dat het CBR terecht een EMG oplegde, omdat het vermoeden van ongeschiktheid gebaseerd kon worden op herhaalde gedragingen genoemd in de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dit oordeel en stelt dat het CBR geen ruimte heeft voor een belangenafweging bij het opleggen van een EMG.
De Afdeling overweegt dat de strafrechtelijke vrijspraak van appellant voor het ten laste gelegde niet leidt tot het vervallen van de bestuursrechtelijke maatregel, mede vanwege andere bewijsregels en het feit dat de vrijspraak betrekking had op snelheidsovertredingen en dat boetes voor links inhalen waren betaald.
De Afdeling concludeert dat appellant herhaaldelijk gedragingen heeft vertoond die het vermoeden van onvoldoende rijvaardigheid rechtvaardigen en dat het CBR op grond van de Wegenverkeerswet 1994 en de Regeling terecht een EMG heeft opgelegd. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de oplegging van de Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer door het CBR wordt bevestigd.