ECLI:NL:RVS:2017:2942
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- G. Snijders
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit gemeentelijk monument wegens onvoldoende motivering en bevestiging latere aanwijzing
Het college van burgemeester en wethouders van Midden-Delfland had bij besluit van 31 mei 2013 een woning aangewezen als gemeentelijk monument. Na bezwaar en een tussentijdse uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak, waarin werd geoordeeld dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom de woning zelfstandig en als onderdeel van een ensemble monumentale waarde bezit, werd het besluit vernietigd.
Het college nam vervolgens een nieuw besluit op 8 maart 2016, waarin de aanwijzing van de woning als gemeentelijk monument werd gehandhaafd met een nieuwe, uitgebreidere motivering. Het hoger beroep tegen dit besluit werd behandeld door de Afdeling, waarbij verschillende bezwaren van appellant tegen de beoordeling van de monumentale waarde werden besproken en uiteindelijk verworpen.
De Afdeling oordeelde dat het college zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat de woning zowel zelfstandig als in ensembleverband voldoende monumentale waarde bezit. De bezwaren over de ruimtelijke ervaring, bouwstijl, regionale uniciteit, authenticiteit en ligging werden niet voldoende gegrond bevonden om het besluit te vernietigen. Het beroep tegen het besluit van 8 maart 2016 werd daarom ongegrond verklaard.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 27 oktober 2014 wegens onvoldoende motivering, en gelastte vergoeding van het griffierecht aan appellant. Het beroep tegen het latere besluit van 8 maart 2016 werd afgewezen.
Uitkomst: Het besluit van 27 oktober 2014 wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, het latere besluit van 8 maart 2016 wordt gehandhaafd en het beroep daarop ongegrond verklaard.