ECLI:NL:RVS:2017:2929
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake kinderopvangtoeslag en terugvordering 2010
De Belastingdienst/Toeslagen wees het verzoek van [wederpartij] om herziening van de definitieve vaststelling van de kinderopvangtoeslag over 2010 af, waarbij alleen toeslag voor opvang via [gastouderbureau B] werd toegekend en niet voor opvang via [gastouderbureau A]. De rechtbank verklaarde het beroep van [wederpartij] gegrond en bepaalde dat ook rekening moest worden gehouden met de opvang via [gastouderbureau A].
In hoger beroep stelde de Belastingdienst dat [wederpartij] onvoldoende had aangetoond dat de opvang via [gastouderbureau A] had plaatsgevonden op basis van een geldige overeenkomst en dat zij niet had aangetoond alle kosten te hebben betaald. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat [wederpartij] recht had op toeslag voor de opvang via [gastouderbureau A], omdat zij niet voldoende bewijs had geleverd van betaling van een deel van de kosten.
De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep tegen het besluit van 13 januari 2016 ongegrond, waardoor het besluit in stand blijft. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 13 januari 2016 wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.