ECLI:NL:RVS:2017:290
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep verblijfsvergunning asiel Somalië
De vreemdeling uit Somalië verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, nadat zij had gesteld dat zij vanwege bedreigingen en mishandeling na de dood van haar vader moest vluchten. De staatssecretaris wees het verzoek af wegens ongeloofwaardigheid en het ontbreken van een reëel risico bij terugkeer.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, maar de staatssecretaris ging in hoger beroep. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de rechtbank onvoldoende rekening hield met het feit dat de verklaringen van de vreemdeling en haar zus summier en ongeloofwaardig waren, en dat Kismayo niet onder controle staat van Al-Shabaab, waardoor geen reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro bestaat.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. De vreemdeling kon niet worden aangemerkt als alleenstaande vrouw en had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij een reëel risico loopt op een met artikel 3 EVRM Pro strijdige behandeling bij terugkeer naar Somalië.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling op een verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.