ECLI:NL:RVS:2017:2875
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- A.B.M. Hent
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens overtreding valbeveiligingsvoorschriften op bouwplaats
De minister legde BBG een boete op wegens overtreding van artikel 3.16, eerste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit, omdat op een bouwplaats geen collectieve voorzieningen tegen valgevaar waren getroffen. BBG gebruikte wel individuele valbescherming met harnasgordels, maar stelde dat dit voldoende was omdat het aanbrengen van collectieve voorzieningen een groter gevaar zou opleveren.
De rechtbank verklaarde het beroep van BBG ongegrond en de Raad van State bevestigde dit oordeel in hoger beroep. BBG had geen risico-inventarisatie opgesteld waaruit bleek dat het aanbrengen van collectieve voorzieningen niet mogelijk was of gevaarlijker dan de werkzaamheden zelf. De Raad oordeelde dat de minister terecht de boete had opgelegd omdat de voorwaarden voor het gebruik van individuele valbescherming niet waren vervuld.
De Raad benadrukte dat de duur en kosten van het aanbrengen van collectieve voorzieningen geen afwegingscriterium vormen in artikel 3.16. De uitspraak bevestigt het belang van collectieve valbeveiliging boven individuele maatregelen tenzij duidelijk is dat collectieve maatregelen niet mogelijk of gevaarlijker zijn.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €2.700,- wegens het niet treffen van collectieve valbeveiligingsmaatregelen.