ECLI:NL:RVS:2017:2826
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over herziening kinderopvangtoeslag en kindgebonden budget
Appellante maakte bezwaar tegen besluiten van de Belastingdienst/Toeslagen waarin haar voorschotten kinderopvangtoeslag, zorgtoeslag en kindgebonden budget over 2012 en 2013 werden herzien en vastgesteld op nihil of een lager bedrag. De rechtbank verklaarde haar beroep deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante onder meer dat de rechtbank het besluit van 13 oktober 2016 ten onrechte had betrokken en dat het beginsel van hoor en wederhoor was geschonden.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het besluit van 13 oktober 2016 terecht onderdeel was van het geding en dat appellante voldoende gelegenheid had gehad haar standpunten naar voren te brengen, zodat geen schending van hoor en wederhoor was vastgesteld. Tevens werd geoordeeld dat eerdere besluiten onherroepelijk waren geworden doordat tegen die besluiten geen beroep was ingesteld.
Ten aanzien van het kindgebonden budget over 2013 werd vastgesteld dat de Belastingdienst/Toeslagen terecht uitging van het gezamenlijke inkomen met de respectievelijke toeslagpartners, omdat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat sprake was van een zakelijke huurovereenkomst met de tweede toeslagpartner. De rechtbank had dit oordeel correct overgenomen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.