ECLI:NL:RVS:2017:2814
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- J. Kramer
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit minister inzake niet-in behandeling nemen aanvraag Nederlandse identiteitskaart wegens nietige erkenning
Appellant vroeg bij de Nederlandse ambassade in Londen een Nederlandse identiteitskaart aan. De minister weigerde deze aanvraag in behandeling te nemen omdat de erkenning door zijn vader in 2001 nietig zou zijn, aangezien de vader ten tijde van de erkenning gehuwd was met een andere vrouw. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en bevestigde het besluit van de minister.
Appellant stelde in hoger beroep dat de erkenning wel geldig was, dat hij al jaren paspoorten ontving en dat de minister hem had moeten toestaan de erkenning via de rechtbank te laten bekrachtigen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de erkenning op grond van het destijds geldende recht nietig was, maar dat de minister had moeten toestaan dat appellant de erkenning alsnog kon laten bekrachtigen, mede vanwege de langdurige afgifte van paspoorten en de nauwe persoonlijke band tussen vader en zoon.
De Afdeling vernietigde het besluit van de minister en de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat appellant niet opnieuw een aanvraag hoefde in te dienen. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. Hiermee werd het besluit onzorgvuldig voorbereid geacht en in strijd met de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het besluit van de minister om de aanvraag van appellant niet in behandeling te nemen wordt vernietigd en appellant krijgt alsnog recht op een Nederlandse identiteitskaart.