ECLI:NL:RVS:2017:2773
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Opheffing voorlopige voorziening inzake intrekking verblijfsvergunning en inreisverbod
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bij uitspraak van 19 september 2017 een voorlopige voorziening getroffen die bepaalde dat de minister van Veiligheid en Justitie geen nieuw besluit hoefde te nemen voordat de Afdeling op het hoger beroep zou beslissen.
De vreemdeling heeft verzocht om opheffing van deze voorlopige voorziening, stellende dat de minister geen belang had bij het handhaven ervan omdat het eerdere besluit van 13 februari 2017 ambtshalve was genomen en de uitspraak van 8 augustus 2017 van de rechtbank Den Haag niet de opdracht gaf tot het nemen van een nieuw besluit.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het verzoek gegrond is en heft de voorlopige voorziening op. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, bestaande uit kosten voor beroepsmatige rechtsbijstand.
Deze uitspraak bevestigt dat de minister niet verplicht is een nieuw besluit te nemen in deze situatie en dat de eerdere voorlopige voorziening daarom niet gehandhaafd hoeft te worden.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt opgeheven en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.