ECLI:NL:RVS:2017:2712
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling tijdens hoger beroep
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris werd afgewezen bij besluit van 13 maart 2017. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing ongegrond op 25 augustus 2017. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om niet uitgezet te worden en om opvang en verstrekkingen tijdens de duur van het hoger beroep, gelet op eerdere jurisprudentie, toewijsbaar was. De vreemdeling mocht dus niet worden uitgezet totdat het hoger beroep was beslist.
Daarnaast werd de minister van Veiligheid en Justitie veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van de vreemdeling, een bedrag van €495,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos op 6 oktober 2017 in het openbaar.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.