ECLI:NL:RVS:2017:2649
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- R. van der Spoel
- B.P. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete voor overtreding Wet arbeid vreemdelingen wegens onvoldoende identiteitscontrole
De minister legde [appellante] een boete van €8.000 op wegens het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning, in strijd met artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav).
De rechtbank verklaarde het beroep van [appellante] ongegrond, en dit hoger beroep is eveneens afgewezen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat [appellante] onvoldoende zorgvuldig had gehandeld bij de controle van de identiteit van de werknemer, die een valse Nederlandse identiteitskaart toonde.
Hoewel [appellante] stelde dat zij niet wist en niet kon weten dat de kaart vals was, oordeelde de Afdeling dat zij een bijzondere mate van oplettendheid had moeten betrachten en dat zij de verschillen in het document had kunnen en moeten zien. Tevens werd geoordeeld dat de overtreding haar volledig kan worden toegerekend.
Verder werd het betoog dat de boete gematigd moest worden wegens geringe duur en omvang van de arbeid, het ontbreken van opzet en het ontbreken van uitbuiting, verworpen. Ook het argument van overschrijding van de redelijke termijn werd afgewezen, omdat de termijn pas begon te lopen bij de boetekennisgeving in november 2015.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat de boete terecht en proportioneel is opgelegd.
Uitkomst: De boete van €8.000 wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt bevestigd wegens onvoldoende zorgvuldige identiteitscontrole.