ECLI:NL:RVS:2017:2620
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.B.M. Hent
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vreemdelingenbewaring bij opvolgende asielaanvraag en afwijzing schadevergoeding
De vreemdeling is op 21 juli 2017 in vreemdelingenbewaring gesteld na een eerdere afwijzing van zijn asielaanvraag en een uitgevaardigd inreisverbod. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring ongegrond en wees zijn verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hoger beroep in en voerde aan dat hij geen rechtmatig verblijf had vanwege een opvolgende asielaanvraag, waardoor bewaring niet mogelijk zou zijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het inreisverbod door de opvolgende aanvraag is geschorst, zodat artikel 66a, zesde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 niet van toepassing is. Hierdoor heeft de vreemdeling rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, aanhef en onder f, van de Vreemdelingenwet 2000. De bewaring is daarmee op een juiste wettelijke grondslag gebaseerd.
De grief van de vreemdeling faalt, het hoger beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd met verbetering van de gronden. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring is rechtmatig bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.