ECLI:NL:RVS:2017:2615
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- A.W.M. Bijloos
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit CBR tot onderzoek rijvaardigheid na rijgedragmelding
Appellant werd op 11 november 2016 aangehouden vanwege rijgedrag waarbij hij herhaaldelijk aan de linkerzijde van de weg reed en bijna tegen een kliko aanreed. De politie maakte een proces-verbaal op en meldde dit aan het CBR. Het CBR besloot op 12 december 2016 dat appellant een rijvaardigheidsonderzoek moest ondergaan, en handhaafde dit besluit na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State overweegt dat het CBR mag uitgaan van het proces-verbaal dat op ambtseed is opgesteld, tenzij er gegronde redenen zijn om daaraan te twijfelen. Appellant kon de feiten deels niet bevestigen vanwege beslagen autoruiten, maar betwistte niet dat hij het waargenomen rijgedrag vertoonde. Het vermoeden van onvoldoende rijvaardigheid is daarmee gerechtvaardigd.
Appellant voerde aan dat hij de autoruiten had schoongemaakt en dat de weersomstandigheden het rijgedrag verklaarden, maar dit ontkracht het vermoeden niet. Ook mocht het CBR geen belangenafweging maken, zoals de financiële en persoonlijke gevolgen van het onderzoek. De Raad van State verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het besluit dat appellant zich moet onderwerpen aan een onderzoek naar zijn rijvaardigheid.