ECLI:NL:RVS:2013:2434
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- T.G.M. Simons
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit CBR tot opleggen rijvaardigheidsonderzoek na vermoedens van onvoldoende rijvaardigheid
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) legde appellante op 21 juni 2010 een onderzoek naar haar rijvaardigheid op naar aanleiding van een mededeling van de politie over haar rijgedrag. Appellante betwistte dit besluit en het daaropvolgende bezwaar, waarna de rechtbank Utrecht op 7 juni 2012 het beroep ongegrond verklaarde. Appellante stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak onderzocht onder meer of het vermoeden van onvoldoende rijvaardigheid tijdig en op juiste wijze aan het CBR was gemeld, en of de feiten die aan het vermoeden ten grondslag lagen voldoende waren. Hoewel werd geoordeeld dat de mededeling niet 'zo spoedig mogelijk' was gedaan, was appellante niet in haar verdediging geschaad. Ook werden de waarnemingen van de verbalisanten als voldoende geacht om het vermoeden te rechtvaardigen.
Verder werd het betoog van appellante dat het onderzoek niet objectief was verricht en dat de verkeersdelicten onterecht waren vastgesteld, verworpen. Het rijvaardigheidsonderzoek is immers gericht op het bevorderen van verkeersveiligheid en vereist geen eerdere ongevallen. De Afdeling bevestigde daarom het bestreden vonnis en het besluit van het CBR tot het opleggen van het onderzoek.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot opleggen van het rijvaardigheidsonderzoek wordt bevestigd.