ECLI:NL:RVS:2017:2576
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielzaak
De staatssecretaris heeft op 9 augustus 2017 het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De rechtbank Den Haag verklaarde het daarop ingestelde beroep door de vreemdeling op 25 augustus 2017 ongegrond. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om voorlopige voorziening, waarbij werd gevraagd om uitzetting te voorkomen en opvang en verstrekkingen te garanderen gedurende de beroepsprocedure, gegrond was op basis van eerdere jurisprudentie. De staatssecretaris werd tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
De voorzieningenrechter bepaalde dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet totdat het hoger beroep is afgerond en veroordeelde de staatssecretaris tot betaling van €495 aan proceskosten, toe te rekenen aan rechtsbijstand verleend door een derde.
De uitspraak werd gedaan op 22 september 2017 door mr. A.W.M. Bijloos, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. G.A. van de Sluis, griffier.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.