ECLI:NL:RVS:2017:2490
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- G. van der Wiel
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing asielaanvraag op grond van aanwijzing Mongolië als veilig land van herkomst
De staatssecretaris heeft op 4 maart 2016 de asielaanvraag van de vreemdeling afgewezen omdat Mongolië als veilig land van herkomst is aangewezen. De rechtbank heeft deze afwijzing bevestigd en geoordeeld dat de aanwijzing van Mongolië voldoet aan de wettelijke vereisten. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State heeft het onderzoek gesloten en overwogen dat de staatssecretaris zijn besluit heeft gebaseerd op gezaghebbende en recente informatiebronnen, waaronder rapporten van het US Department of State, Amnesty International en andere internationale organisaties. Hoewel sommige bronnen zoals het EASO en de UNHCR niet geraadpleegd konden worden vanwege het ontbreken van informatie, is dit niet onrechtmatig.
De juridische situatie in Mongolië biedt volgens de Raad voldoende waarborgen tegen vervolging en onmenselijke behandeling, en de feitelijke situatie toont aan dat deze wet- en regelgeving ook wordt toegepast. Hoewel er aandachtspunten zijn zoals detentieomstandigheden, corruptie en discriminatie, zijn deze niet van dien aard dat Mongolië geen veilig land van herkomst zou zijn.
De Raad van State concludeert dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de aanwijzing van Mongolië als veilig land van herkomst voldoet aan de wettelijke eisen en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Het hoger beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvraag wordt bevestigd.