ECLI:NL:RVS:2017:2238
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen kostenverhaal bestuursdwang voor verkeerd aanbieden afvalstoffen
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 25 juli 2016 spoedeisende bestuursdwang toegepast door het verwijderen van een kartonnen doos die naast een inzamelvoorziening was achtergelaten in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010. De doos kon worden herleid tot appellant omdat daarop zijn naam- en adresgegevens waren aangetroffen. Het college legde een deel van de kosten (€126,00) van deze bestuursdwang aan appellant op.
Appellant stelde dat hij de doos correct in een papiercontainer had gedeponeerd en overhandigde een verklaring van zijn echtgenote ter onderbouwing. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het college op grond van een bewijsvermoeden mocht aannemen dat appellant de overtreder was, tenzij hij aannemelijk maakte dat hij niet de overtreding had begaan. De enkele stelling en verklaring waren onvoldoende om het vermoeden te weerleggen.
De Afdeling oordeelde dat het college niet onomstotelijk hoefde te bewijzen dat appellant de doos onjuist had aangeboden en dat het hier niet ging om een punitieve sanctie maar om kostenverhaal. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het kostenverhaal van bestuursdwang wegens het onjuist aanbieden van afvalstoffen wordt ongegrond verklaard.