ECLI:NL:RVS:2017:2224
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Afdeling bestuursrechtspraak inzake hoger beroep visumafwijzing kort verblijf
De minister van Buitenlandse Zaken wees op 25 november 2016 de aanvraag van de vreemdeling om een visum voor kort verblijf af. Hiertegen maakte de vreemdeling bezwaar, dat op 23 februari 2017 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank, die op 13 juli 2017 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde echter dat zij kennelijk onbevoegd is om kennis te nemen van het hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank over een visum voor kort verblijf van drie maanden of minder. De vermelding van de rechtbank dat hoger beroep mogelijk was bij de Afdeling doet hieraan niet af.
De Afdeling verwijst naar eerdere uitspraken waarin deze onbevoegdheid is bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De Afdeling verklaart zich daarom onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep en sluit het geding af.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep tegen de visumafwijzing.