ECLI:NL:RVS:2017:2179
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing persoonlijke betalingsregeling wegens opzet of grove schuld bij toeslagschuld
Appellant verzocht de Belastingdienst/Toeslagen om een persoonlijke betalingsregeling voor zijn toeslagschuld, maar dit verzoek werd afgewezen omdat de schuld was ontstaan door opzet of grove schuld. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en bevestigde dat hij verantwoordelijk was voor het niet tijdig melden van wijzigingen in kinderopvanguren en inkomsten, wat leidde tot te hoge toeslagen.
Appellant voerde aan dat hij geen kennis had van toeslagen en dat derden de aanvragen hadden gedaan, en betwistte dat sprake was van opzet of grove schuld. De Afdeling oordeelde dat appellant als aanvrager verantwoordelijk is en dat het niet tijdig melden van wijzigingen voldoende is om opzet of grove schuld aan te nemen.
Verder stelde appellant dat de betalingsregeling onevenredig was vanwege zijn financiële situatie. De Afdeling verwees naar beleidsregels die bepalen dat bij opzet of grove schuld een betalingsregeling van maximaal 24 maanden geldt zonder rekening te houden met draagkracht, maar dat wel rekening kan worden gehouden met de beslagvrije voet bij invordering.
De Afdeling concludeerde dat de Belastingdienst/Toeslagen juist heeft gehandeld en bevestigde het bestreden vonnis. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de persoonlijke betalingsregeling bevestigd.