ECLI:NL:RVS:2017:2104
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- R. van der Spoel
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boeteoplegging wegens onrechtmatig verkregen verklaringen in zaak Wet arbeid vreemdelingen
De minister legde aan de vennoten van een vennootschap een boete van €16.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), omdat vreemdelingen zonder de vereiste vergunningen werkzaamheden verrichtten. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit voor de vennootschap, omdat zij oordeelde dat de vreemdelingen feitelijk niet als zelfstandigen, maar onder gezag van de vennootschap werkten.
In hoger beroep stelde de Raad van State vast dat de verklaringen van de vreemdelingen onrechtmatig waren verkregen omdat zij niet vooraf de cautie hadden gekregen, ondanks dat zij als vennoten hoofdelijk aansprakelijk waren voor de boete. Hierdoor mochten deze verklaringen niet als bewijs worden gebruikt. Er was onvoldoende ander bewijs dat de vreemdelingen niet als zelfstandigen werkten of dat sprake was van een schijnconstructie.
De Raad van State vernietigde daarom het besluit van de minister en de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond, herroept de boete en veroordeelde de minister tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De zaak benadrukt het belang van het geven van cautie bij het horen van betrokkenen die een sanctie kunnen krijgen.
Uitkomst: De boete van €16.000 wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt vernietigd wegens onrechtmatig verkregen bewijs.