ECLI:NL:RVS:2017:2056
Raad van State
- Hoger beroep
- M.J.G. Parkins-de Vin
- C.J. Borman
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige Turkse vreemdeling
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 3 september 2014 de aanvraag van een Turkse vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af, omdat zijn zelfstandige arbeid in de bouw geen wezenlijk Nederlands belang zou dienen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, verwijzend naar een eerdere uitspraak waarin de standstill-bepaling van het associatieverdrag met Turkije werd geschonden.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de standstill-bepaling was geschonden, mede vanwege een eerdere uitspraak waarin dit werd gecorrigeerd. De Afdeling vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank.
Vervolgens toetste de Afdeling het besluit van de staatssecretaris aan de ingebrachte beroepsgronden en concludeerde dat de vreemdeling geen gelijke gevallen had aangetoond die het gelijkheidsbeginsel zouden schenden. Het beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De Afdeling stelde hiermee vast dat het besluit van de staatssecretaris rechtmatig was en handhaafde de afwijzing van de verblijfsvergunning.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning blijft in stand.