ECLI:NL:RVS:2017:2003
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bouwvergunning wegens onvolledige aanvraag en strijd met bestemmingsplan
De zaak betreft het hoger beroep van [appellante] tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Eemsmond tot intrekking van een bouwvergunning voor een loods op een perceel te Uithuizen. De vergunning was oorspronkelijk verleend in 2007, maar in 2015 ingetrokken omdat de aanvraag onvolledig was, met name doordat op de situatietekening niet alle bestaande loodsen van de buurman waren aangegeven, waardoor niet werd voldaan aan de afstandseisen uit het bestemmingsplan.
De rechtbank had het beroep van [appellante] tegen de intrekking ongegrond verklaard, en de Raad van State bevestigt deze uitspraak. Het college mocht de vergunning intrekken op grond van artikel 5.19 van de Wabo, ook al was de vergunning voor de inwerkingtreding van de Wabo verleend, omdat deze vergunning per 1 oktober 2010 gelijkgesteld wordt met een omgevingsvergunning.
De Raad oordeelt dat [appellante] verantwoordelijk was voor het aanleveren van een volledige en juiste aanvraag, inclusief de situering van alle bestaande bebouwing op aangrenzende percelen. Haar stelling dat de loodsen van de buurman tijdelijk waren en daarom niet hoefden te worden aangegeven, faalt. Ook is het niet mogelijk haar de gelegenheid te bieden het bouwplan aan te passen omdat het plan strijdig is met het bestemmingsplan.
Verder is het aannemelijk dat de buurman nadeel ondervindt van de bouw van de loods, wat een redelijke grond is voor het college om tot intrekking over te gaan. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat de situaties niet vergelijkbaar zijn. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van [appellante] wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de bouwvergunning bevestigd.