ECLI:NL:RVS:2017:1980
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 21 juli 2016 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 7 juni 2017 het beroep gegrond verklaarde, het besluit van de staatssecretaris vernietigde en bepaalde dat binnen zes weken een nieuw besluit moest worden genomen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De vreemdeling stelde incidenteel hoger beroep in, dat echter niet-ontvankelijk werd verklaard omdat het niet gericht was tegen enig onderdeel van de uitspraak.
De Raad van State beantwoordde de gestelde vragen over de vestiging in Bagdad en oordeelde dat het hoger beroep van de staatssecretaris kennelijk gegrond was. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.