ECLI:NL:RVS:2017:1906
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen beëindiging verstrekkingen asielaanvrager
Op 4 januari 2017 wees de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 12 juni 2017 het beroep ongegrond verklaarde. Tegen dit vonnis stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdeling verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om te voorkomen dat de verstrekkingen op grond van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers worden beëindigd gedurende de behandeling van het hoger beroep. De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek, gelet op eerdere jurisprudentie, toewijsbaar is.
De staatssecretaris werd tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, vastgesteld op €495,00, volledig toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd op 12 juli 2017 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: De verstrekkingen aan de vreemdeling worden niet beëindigd totdat op het hoger beroep is beslist.