ECLI:NL:RVS:2017:182
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- A.W.M. Bijloos
- N.S.J. Koeman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking verklaring rijvaardigheid wegens fraude bij rijexamen
Appellant behaalde zijn rijbewijs in augustus 2014 via een rijschool in Den Helder. Het CBR trok zijn verklaring van rijvaardigheid in na een onderzoek naar fraude waarbij een examinator in samenwerking met meerdere rijscholen kandidaten onterecht liet slagen.
De politie stelde indicatoren op om verdachte gevallen te identificeren, waarbij appellant op drie indicatoren van toepassing was, waaronder het afleggen van het examen bij de verdachte examinator en via een verdachte rijschool, en een grote afstand tussen woonplaats en examenlocatie.
Appellant voerde aan dat de intrekking onterecht was omdat niet onomstotelijk vaststond dat hij ten onrechte was geslaagd, en dat hij voldoende rijlessen had gevolgd. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het CBR aannemelijk had gemaakt dat de verklaring ten onrechte was afgegeven en dat de indicatoren terecht waren toegepast.
De Afdeling verwierp de bezwaren van appellant en bevestigde het besluit van de rechtbank Noord-Holland dat het beroep ongegrond verklaarde. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van de verklaring van rijvaardigheid wordt bevestigd omdat aannemelijk is dat het rijexamen onrechtmatig is afgelegd.