ECLI:NL:RVS:2017:176
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- D.A.C. Slump
- C.H.M. van Altena
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing registratie kiesgerechtigde Tweede Kamer voor ingezetene Aruba wegens onvoldoende ingezetenschap Nederland
De appellant, een ingezetene van Aruba met de Nederlandse nationaliteit, verzocht om registratie als kiesgerechtigde voor de Tweede Kamerverkiezingen van 15 maart 2017. De minister wees dit verzoek af omdat appellant niet ten minste tien jaar ingezetene van Nederland is geweest, zoals vereist in artikel B 1 van de Kieswet.
Appellant voerde aan dat deze afwijzing in strijd is met internationale verdragen zoals het EVRM en het IVBPR, en dat hij vanwege de invloed van de Rijksministerraad op Aruba kiesrecht voor de Tweede Kamer zou moeten hebben. Tevens stelde hij dat het onderscheid tussen ingezetenen van Aruba en die van Bonaire, Sint Eustatius en Saba onrechtvaardig is.
De Raad van State overwoog dat het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden en de Kieswet niet in strijd zijn met genoemde verdragsbepalingen en dat de regeling van het kiesrecht voor de Tweede Kamer in 2006 al is bevestigd door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. De Raad benadrukte dat Aruba een autonoom land is met eigen parlement en dat ingezetenen van Aruba in beginsel geen kiesrecht voor de Tweede Kamer hebben, tenzij zij langdurig in Nederland hebben gewoond.
Verder wees de Raad het betoog af dat de Rijksministerraad als wetgevende macht zou moeten worden beschouwd en dat er een ongerechtvaardigd onderscheid bestaat tussen de verschillende Caribische landen binnen het Koninkrijk. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van registratie als kiesgerechtigde voor de Tweede Kamer wordt ongegrond verklaard.