ECLI:NL:RVS:2017:1678
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- S.F.M. Wortmann
- J. Kramer
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over herstel besluit weigering omgevingsvergunning in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Rijswijk weigerde op 16 juni 2015 een omgevingsvergunning voor het bouwen van een appartementencomplex en het aanleggen van een uitweg, omdat het bouwplan in strijd was met het bestemmingsplan. De rechtbank verklaarde het beroep van Residentie Vastgoed Ontwikkeling ongegrond. Residentie Vastgoed stelde dat de vergunning van rechtswege was verleend en dat het bouwplan niet in strijd was met het bestemmingsplan, onder meer vanwege overgangsrecht en de bedoeling van de planwetgever.
De Afdeling oordeelde dat het bouwplan inderdaad in strijd is met het bestemmingsplan, omdat het aantal woningen niet mocht worden vergroot en er geen bouwvergunning tweede fase was verleend. Het overgangsrecht was niet van toepassing. Ook werd geoordeeld dat de toelichting bij het bestemmingsplan en het standpunt van het college in planschadeprocedures niet relevant zijn voor de toetsing.
Residentie Vastgoed voerde aan dat artikel 13, derde lid, onder b, van de planvoorschriften onverbindend moest worden verklaard wegens schending van eigendomsrecht en het ontbreken van een toverformule. De Afdeling verwierp dit en bevestigde dat het bestemmingsplan een rechtmatige regulering vormt. Wel stelde de Afdeling vast dat de gemeenteraad geen oordeel had gegeven over zienswijzen op het ontwerpbesluit van de raad waarin werd geweigerd een verklaring van geen bedenkingen te verlenen, terwijl dit volgens de Awb wel had moeten gebeuren.
Daarom beveelt de Afdeling het college om binnen acht weken het gebrek in het besluit te herstellen door de zienswijzen alsnog aan de raad voor te leggen en zo nodig een nieuw besluit te nemen. De Afdeling gaat in deze tussenuitspraak niet in op de overige hoger beroepsgronden, omdat deze nog door de raad moeten worden beoordeeld.
Uitkomst: Het college wordt opgedragen het besluit te herstellen door de zienswijzen alsnog aan de gemeenteraad voor te leggen en zo nodig een nieuw besluit te nemen.