ECLI:NL:RVS:2017:1603
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel en afwijzing voorlopige voorziening
De staatssecretaris heeft op 20 april 2017 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 18 mei 2017 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep inhoudelijk beoordeeld en geoordeeld dat het beroep kennelijk ongegrond is. Er zijn geen gronden gevonden die leiden tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Tevens is het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen omdat geen redenen zijn aangevoerd die de rechtmatigheid van de uitzetting in twijfel trekken.
De voorzieningenrechter bevestigt daarmee het eerdere oordeel en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter G. van der Wiel op 15 juni 2017.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.