ECLI:NL:RVS:2017:1479
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- H. Bolt
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van gegevensverstrekking en schadevergoeding op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens
In deze zaak heeft appellant sub 1 bezwaar gemaakt tegen de verstrekking van persoonsgegevens uit zijn asieldossier aan derden, waaronder de advocaat van een medisch adviseur van het Bureau Medische Advisering (BMA). De staatssecretaris had aanvankelijk ontkend dat gegevens waren verstrekt, maar erkende later dat stukken waren gedeeld in het kader van een herzieningsprocedure bij het Centraal Tuchtcollege.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk, vernietigde het besluit op bezwaar van 8 oktober 2015 wegens gebrek aan motivering en het ontbreken van een hoorzitting, en beval een nieuw besluit. De staatssecretaris nam op 11 juli 2016 een nieuw besluit, waarin hij het bezwaar gegrond verklaarde maar afzag van het horen van appellant.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende inzicht heeft gegeven in de noodzaak van de gegevensverstrekking en dat appellant ten onrechte niet is gehoord. Tevens is vastgesteld dat de verstrekking in strijd was met de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). De Afdeling kent daarom een schadevergoeding van € 500 toe en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De uitspraak bevestigt de bescherming van persoonsgegevens en benadrukt het belang van een zorgvuldige motivering en het recht op hoor en wederhoor bij besluiten over persoonsgegevensverstrekking.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van € 500 en vergoeding van proceskosten en griffierecht wegens onrechtmatige gegevensverstrekking.