ECLI:NL:RVS:2017:1457
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep
De vreemdeling had een aanvraag ingediend op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 om te bepalen dat zijn uitzetting achterwege blijft. Deze aanvraag werd door de staatssecretaris op 6 oktober 2016 afgewezen. Na een bezwaarprocedure en een uitspraak van de rechtbank Den Haag die het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaarde, stelde de vreemdeling hoger beroep in.
De vreemdeling verzocht vervolgens de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij niet uitgezet zou worden voordat het hoger beroep was beslist en om opvang en verstrekkingen te ontvangen gedurende die periode.
De voorzieningenrechter overwoog dat het niet op voorhand aannemelijk was dat de uitspraak in hoger beroep in stand zou blijven en wees het verzoek toe. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 495,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.