ECLI:NL:RVS:2017:14
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vervallenverklaring tenaamstelling voertuig met terugwerkende kracht na sloop
De appellant verzocht de RDW om de tenaamstelling van zijn voertuig met terugwerkende kracht te laten vervallen, omdat het voertuig in 2011 door de politie in bewaring was gesteld en daarna was gesloopt. De RDW wees dit verzoek af, waarna de rechtbank het besluit bevestigde. In hoger beroep oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat de RDW ten onrechte geen terugwerkende kracht heeft verleend.
De Afdeling overweegt dat het beleid van de RDW om terugwerkende kracht slechts in uitzonderlijke gevallen toe te staan, niet onredelijk is, maar dat in dit geval het voertuig sinds april 2011 niet meer bestond en de appellant geen binding meer had met de tenaamstelling. Hierdoor is het belang van een juiste registratie en het belang van appellant bij correctie niet in balans.
De Afdeling vernietigt het bestreden besluit en bepaalt dat de tenaamstelling vervalt met ingang van 1 april 2011. Tevens wordt de RDW veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: De tenaamstelling van het voertuig vervalt met terugwerkende kracht vanaf 1 april 2011.