ECLI:NL:RVS:2017:1385
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Afwijzing uitkering schadefonds geweldsmisdrijven wegens noodweer
Op 25 maart 2012 werd appellant slachtoffer van een steekincident waarbij hij een klaplong opliep. Hij diende een aanvraag in voor een uitkering uit het schadefonds geweldsmisdrijven (CSG), die werd afgewezen op grond van een onherroepelijk strafvonnis waarin de verdachte werd vrijgesproken wegens noodweer.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de rechtbank ten onrechte het vonnis van de strafrechter als bindend had beschouwd, omdat hij geen partij was in die strafprocedure en geen hoger beroep kon instellen. Ook stelde hij dat het steken disproportioneel was en dat het geweldsmisdrijf aannemelijk was.
De Raad van State oordeelde dat het vonnis van de strafrechter voldoende bewijs levert dat de verdachte uit noodweer handelde, waardoor geen sprake is van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf zoals vereist in artikel 3 van Pro de Wet schadefonds geweldsmisdrijven. De CSG mocht zich op dit vonnis baseren en het beroep van appellant werd ongegrond verklaard.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde daarmee de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; uitkering schadefonds afgewezen wegens noodweer.