ECLI:NL:RVS:2017:1363
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit CBR tot verplicht medisch onderzoek wegens paniekaanvallen tijdens autorijden
Appellante werd door het CBR verplicht een medisch onderzoek te ondergaan na een incident waarbij zij op de vluchtstrook van de snelweg tot stilstand kwam vanwege paniekaanvallen. Het CBR baseerde dit besluit op een proces-verbaal waarin haar ongeschiktheid tot autorijden werd vermoed.
De rechtbank had het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond verklaard, waarna zij hoger beroep instelde bij de Raad van State. Appellante voerde aan dat het proces-verbaal onjuist was en dat er al informatie bestond die haar onschuld aantoonde, maar deze stellingen werden niet onderbouwd met overtuigend bewijs.
De Raad van State oordeelde dat het CBR terecht mocht vertrouwen op het proces-verbaal en dat de door appellante overgelegde medische stukken onvoldoende waren om het vermoeden van ongeschiktheid te weerleggen. Ook was er geen sprake van een disproportionele last die het besluit onredelijk maakte.
Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het CBR tot verplicht medisch onderzoek wordt bevestigd.