ECLI:NL:RVS:2017:1285
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.C. Kranenburg
- N.S.J. Koeman
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroepen tegen gedoogplicht aanleg hoogspanningsverbinding Randstad
De minister legde op 25 mei 2016 aan verschillende rechthebbenden een gedoogplicht op voor de aanleg en instandhouding van een 150 kV- en 380 kV-hoogspanningsverbinding tussen Vijfhuizen en Zoetermeer. De appellanten, waaronder de provincie Noord-Holland en diverse eigenaren van percelen, stelden beroep in tegen dit besluit.
De kern van het geschil betrof de vraag of de minister terecht had geoordeeld dat langs minnelijke weg geen overeenstemming kon worden bereikt en of de minister voldoende serieuze en redelijke pogingen tot overleg had gedaan. De appellanten voerden onder meer aan dat de onderhandelingen niet serieus waren, dat de voorwaarden onredelijk waren en dat de procedurele behandeling niet correct was verlopen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de minister geen onjuiste uitleg had gegeven aan de relevante bepalingen van de Belemmeringenwet Privaatrecht en dat de minister terecht had vastgesteld dat er sprake was van serieuze en redelijke pogingen tot overeenstemming. Ook werd geoordeeld dat de procedurele bezwaren niet slaagden en dat de inhoudelijke voorwaarden en schadevergoedingen binnen de redelijke marges vielen. De inmenging in het eigendomsrecht werd als proportioneel en noodzakelijk beoordeeld.
Daarmee werden de beroepen ongegrond verklaard en bleef het besluit van de minister tot het opleggen van de gedoogplicht in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen het opleggen van de gedoogplicht voor de hoogspanningsverbinding worden ongegrond verklaard.