ECLI:NL:RVS:2017:1255
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- C.J. Borman
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongegrondheid beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige Turkse vreemdeling
De staatssecretaris wees de aanvraag van een Turkse vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af vanwege negatieve effecten op de Nederlandse arbeidsmarkt. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, verwijzend naar een eerdere uitspraak waarin de standstill-bepaling werd geschonden.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde de eerdere uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de standstill-bepaling was geschonden. De Afdeling toetste het besluit opnieuw en verwierp het beroep van de vreemdeling.
De vreemdeling voerde aan dat de staatssecretaris het gelijkheidsbeginsel had geschonden, omdat de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RvO) in zijn zaak strengere criteria hanteerde dan in andere zaken. De Afdeling oordeelde dat er geen sprake was van gelijke gevallen en verwierp dit verweer. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van zijn verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.