ECLI:NL:RVS:2017:1207
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake omgevingsvergunning paardenrijbak te Enschede
Het college van burgemeester en wethouders van Enschede verleende op 5 december 2012 een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een omheining, drie paddocks, een stapmolen en het verharden van paden op een perceel te Enschede. Na bezwaar en herroeping volgde een nieuwe vergunning voor de paardenrijbak en het toegangspad. De rechtbank verklaarde het beroep van omwonenden gegrond en vernietigde het besluit, maar gaf geen proceskostenvergoeding.
De omwonenden stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak en voerden onder meer aan dat het college niet in redelijkheid tot vergunningverlening had kunnen overgaan vanwege het ontbreken van gebruiksvoorschriften, het ontbreken van belang van vergunninghouder bij de paardenbak, de aanwezigheid van alternatieve locaties, privaatrechtelijke belemmeringen en het illegaal aanleggen van de bak.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college de vergunning terecht had verleend met inachtneming van milieuregels en dat de paardenrijbak conform de aanvraag was vergund zonder verlichting of geluidsversterking. Het belang van vergunninghouder was voldoende aangetoond, alternatieve locaties boden geen gelijkwaardig resultaat met minder bezwaren, en privaatrechtelijke afspraken vormden geen evident belemmering voor vergunningverlening. Het illegaal aanleggen van de bak en het ontbreken van overleg waren niet relevant voor de ruimtelijke ordening.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.