ECLI:NL:RVS:2017:1148
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- R. van der Spoel
- B.P. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen ondanks beroep op matiging
De minister legde [appellante] een boete op van €24.000 wegens het laten werken van twee vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning. Na bezwaar werd de boete verlaagd naar €16.000. De rechtbank verklaarde het beroep van [appellante] ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State.
[Appellante] voerde aan dat het boetenormbedrag van €8.000 niet evenredig is en in strijd met artikel 6 EVRM Pro, omdat geen fijnmazig boetebeleid is ontwikkeld en zij als first offender en bonafide werkgever matiging verdient. De minister en de Raad van State verwierpen dit betoog, stellende dat het boetenormbedrag passend is en dat de minister discretionaire bevoegdheid heeft om boetes af te stemmen op ernst en verwijtbaarheid.
De Raad van State oordeelde dat [appellante] onvoldoende inspanningen had verricht om de overtreding te voorkomen, zoals het nagaan van vergunningvereisten bij het UWV. Het feit dat zij de Wav niet opzettelijk overtrad en een first offender is, rechtvaardigt geen matiging. Ook het incidentele karakter van de werkzaamheden bood geen grond voor vermindering.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €16.000 en wijst het hoger beroep af.