ECLI:NL:RVS:2017:1092
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vervallenverklaring tenaamstelling bromfiets en terugwerkende kracht van RDW-besluit
De zaak betreft een geschil tussen appellant en de RDW over de vervallenverklaring van de tenaamstelling van een bromfiets. De RDW verklaarde de tenaamstelling ambtshalve vervallen met ingang van 9 april 2015, nadat was vastgesteld dat het motorblok van diefstal afkomstig was en het voertuigidentificatienummer niet kon worden vastgesteld. Appellant verzocht om terugwerkende kracht tot 2 mei 2012, de datum van het politieonderzoek.
De rechtbank Amsterdam oordeelde dat de RDW het verzoek van appellant had moeten betrekken bij de besluitvorming en dat de vervallenverklaring terugwerkende kracht moest krijgen vanaf de datum van het verzoek. De RDW stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, appellant incidenteel.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het beleid van de RDW om in beginsel geen terugwerkende kracht te verlenen aan ambtshalve vervallenverklaringen niet onredelijk is en niet in strijd met de Wet bescherming persoonsgegevens of de Privacyrichtlijn. Verder is vastgesteld dat appellant ook na het politieonderzoek binding hield met de tenaamstelling, onder meer door het schorsen van het kenteken.
De Afdeling verklaart het hoger beroep van de RDW gegrond en het incidenteel hoger beroep van appellant ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover deze de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit van 30 september 2015 niet in stand liet, en de rechtsgevolgen van dat besluit blijven gehandhaafd. De RDW hoeft geen nieuw besluit te nemen op het bezwaar van appellant.
Uitkomst: De RDW mag de tenaamstelling van de bromfiets vervallen verklaren zonder terugwerkende kracht tot het politieonderzoek in 2012.