ECLI:NL:RVS:2017:1057
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vergoeding planschade na bestemmingsplanwijziging in Brunssum
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Brunssum om vergoeding van planschade veroorzaakt door het bestemmingsplan 'Woongebieden, herziening 2003'. Het college wees dit verzoek in eerste instantie af, waarna bezwaar en beroep volgden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en deze uitspraak is in hoger beroep bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat het college het advies van deskundige Gloudemans terecht heeft gebruikt, aangezien dit advies objectief en onpartijdig was en de conclusies niet onbegrijpelijk. Appellant stelde dat het advies onjuist was omdat het niet uitging van volledige eigendom van het perceel en bepaalde waardeverminderingen niet meenam, maar deze bezwaren faalden.
Verder werd geoordeeld dat het perceel 344 als zelfstandige zaak kan worden verhandeld ondanks beperkte gebruiksmogelijkheden en dat de waardering van de grondprijs adequaat was. Ook werd bevestigd dat het college niet verplicht is wettelijke rente te betalen over het terug te storten drempelbedrag.
De Afdeling concludeerde dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.