ECLI:NL:RVS:2016:932
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en matiging van boetes wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde op 22 januari 2014 boetes op aan appellanten wegens overtredingen van artikel 2 en Pro artikel 15 van Pro de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De rechtbank Den Haag verklaarde de beroepen van appellanten deels gegrond en stelde de boetes deels vast en deels vernietigd. Zowel de minister als appellanten stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de zaak op 29 september 2015 behandeld en op 6 april 2016 uitspraak gedaan. De Afdeling oordeelde dat alle drie de vennootschappen van appellante sub 2 als werkgevers in de zin van de Wav moeten worden aangemerkt en dat de minister terecht boetes aan hen heeft opgelegd. Tevens werd vastgesteld dat appellante sub 3 driemaal artikel 15, eerste lid, heeft overtreden en de vennootschappen van appellante sub 2 elk artikel 15, tweede lid, van de Wav.
De Afdeling matigde de boetes vanwege de gezamenlijke locatie, gezamenlijke personeelsadministratie en de wijze van personeelscontrole, waardoor het redelijk was om één afschrift van het identiteitsdocument in de gezamenlijke administratie op te nemen. De boetes werden vastgesteld op € 6.500,00 per vennootschap van appellante sub 2 en € 12.500,00 voor appellante sub 3. De Afdeling vernietigde de eerdere uitspraak en de besluiten van de minister en bepaalde dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde besluiten. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellanten.
Uitkomst: De boetes wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen worden vastgesteld en deels gematigd; eerdere uitspraken en besluiten worden vernietigd.