ECLI:NL:RVS:2016:726
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- A. Hammerstein
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over toeslagen en onjuistheid inschrijving basisregistratie
De Belastingdienst/Toeslagen stelde de voorschotten zorgtoeslag, kindgebonden budget en kinderopvangtoeslag voor appellant over 2013 op nihil vanwege een vermeende toeslagpartner wiens handtekening ontbrak. De rechtbank oordeelde dat appellant aannemelijk had gemaakt dat deze persoon niet op hetzelfde adres woonde, mede door een procedure wegens woonfraude.
De Belastingdienst stelde dat de inschrijving in de basisregistratie leidend is, maar erkende dat bij een aantekening van onjuistheid deze persoon niet als toeslagpartner geldt. Appellant verzocht om een dergelijke aantekening, die formeel werd geweigerd, maar erkend werd als gelijkwaardig door de beheerder van de basisregistratie.
De Raad van State oordeelde dat de Belastingdienst daarom ten onrechte uitging van het bestaan van een toeslagpartner en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Het incidenteel hoger beroep van appellant werd niet-ontvankelijk verklaard. Tevens werd het beroep tegen het besluit van 15 april 2015 ongegrond verklaard omdat appellant niet kon aantonen dat de volledige kinderopvangkosten waren betaald.
De Belastingdienst werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellant. De uitspraak bevestigt de eerdere uitspraak van de rechtbank met verbeterde motivering.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Belastingdienst wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.