ECLI:NL:RVS:2016:70
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking verlof tot het voorhanden hebben van vuurwapens en munitie
De korpschef van de politieregio Amsterdam-Amstelland heeft op 4 november 2011 het verlof van appellant tot het voorhanden hebben van vuurwapens en munitie ingetrokken. De staatssecretaris heeft dit besluit op 16 januari 2013 gehandhaafd met een aangepaste motivering. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en wees zijn verzoek om schadevergoeding af.
Appellant stelde dat het bewijs onrechtmatig was verkregen en dat zijn rechten onder artikel 6 en Pro 8 EVRM waren geschonden. Hij voerde aan dat de politie onterecht zijn woning betrad en dat de rechtbank zijn beroep slechts marginaal had getoetst. Ook betwistte hij de overtredingen die aan hem werden toegerekend, zoals het niet-naleven van vervoersbeperkingen en de aanwezigheid van munitie buiten de kluis.
De Raad van State oordeelde dat zelfs indien sprake zou zijn van onrechtmatig verkregen bewijs, dit in bestuursrechtelijke procedures niet automatisch tot uitsluiting leidt. De belangenafweging van de staatssecretaris werd als terughoudend getoetst maar niet onrechtmatig bevonden. De Raad bevestigde dat appellant de vervoersbeperkingen niet had nageleefd en dat geringe twijfel aan het verantwoord zijn van het verlof voldoende is voor intrekking. De overige betwisting van appellant faalde eveneens. De intrekking van het verlof werd daarmee bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van het verlof tot het voorhanden hebben van vuurwapens en munitie wordt bevestigd.