ECLI:NL:RVS:2016:581
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over onderdak en leefgeld vreemdeling
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie stelde zich op het standpunt dat hij aan een meerderjarige vreemdeling die niet rechtmatig in Nederland verblijft, onderdak kan aanbieden in een vrijheidsbeperkende locatie (VBL) onder de voorwaarde dat de vreemdeling meewerkt aan zijn vertrek uit Nederland. De vreemdeling had bezwaar gemaakt tegen dit besluit en de rechtbank had dit bezwaar gegrond verklaard en het besluit vernietigd.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris zich deugdelijk had gemotiveerd en dat het aanbod van onderdak in een VBL onder de gestelde voorwaarden niet in strijd is met artikel 3 en Pro 8 EVRM. De vreemdeling draagt zelf de verantwoordelijkheid voor het niet meewerken aan vertrek, tenzij bijzondere omstandigheden zoals een psychische gesteldheid dit verhinderen.
Verder stelde de Raad dat de staatssecretaris terecht kon afzien van het horen van de vreemdeling in bezwaar omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van de vreemdeling tegen het besluit van 19 juni 2014 werd alsnog ongegrond verklaard.
De Raad van State legde geen proceskostenveroordeling op en bevestigde daarmee het standpunt van de staatssecretaris dat het aanbod van onderdak in een VBL voldoende is in de gegeven omstandigheden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.