ECLI:NL:RVS:2016:3522

Raad van State

Datum uitspraak
14 december 2016
Publicatiedatum
3 juli 2018
Zaaknummer
201608042/1/V2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H.G. Lubberdink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing hoger beroep tegen niet tijdig besluit asielaanvraag

In deze zaak heeft de vreemdeling beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar asielaanvraag door de staatssecretaris. De rechtbank Den Haag heeft dit beroep gegrond verklaard, vastgesteld dat de staatssecretaris een dwangsom heeft verbeurd en bepaald dat binnen drie maanden een besluit moet worden genomen.

De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling heeft in haar overwegingen verwezen naar een eerdere uitspraak (ECLI:NL:RVS:2016:3232) waarin de rechtsvraag over het verlengen van de beslistermijn in de bestuurlijke fase en de kennisgeving daarvan is beantwoord.

De Afdeling oordeelt dat het hoger beroep kennelijk gegrond is, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling. Een proceskostenveroordeling is niet opgelegd.

De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer, waarbij mr. H.G. Lubberdink als lid en mr. S. Yildiz als griffier aanwezig waren.

Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen naar de rechtbank.

Uitspraak

201608042/1/V2.
Datum uitspraak: 14 december 2016
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 27 september 2016 in zaak nr. 16/11061 in het geding tussen:
[de vreemdeling]
en
de staatssecretaris.
Procesverloop
Bij uitspraak van 27 september 2016 heeft de rechtbank het door de vreemdeling ingestelde beroep tegen het niet tijdig door de staatssecretaris nemen van een besluit op haar asielaanvraag gegrond verklaard, vastgesteld dat de staatssecretaris als gevolg daarvan een dwangsom heeft verbeurd en bepaald dat de staatssecretaris op straffe van een dwangsom binnen drie maanden na verzending van de uitspraak een besluit op de aanvraag neemt. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld. Het hogerberoepschrift is aangehecht.
De vreemdeling heeft een verweerschrift ingediend.
Vervolgens is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1.    De in het hogerberoepschrift opgeworpen rechtsvraag over het verlengen van de beslistermijn in de bestuurlijke fase en de kennisgeving daarvan heeft de Afdeling bij uitspraak van 8 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3232, beantwoord. Die overwegingen zijn ook in deze zaak van toepassing. Hieruit volgt dat het hoger beroep kennelijk gegrond is. Hetgeen voor het overige is aangevoerd, behoeft thans geen bespreking. De aangevallen uitspraak moet worden vernietigd. De Afdeling zal de zaak om dezelfde reden als in voormelde uitspraak in 7. is genoemd naar de rechtbank terugwijzen om door haar te worden behandeld beslist.
2.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.    verklaart het hoger beroep gegrond;
II.    vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 27 september 2016 in zaak nr. 16/11061;
III.    wijst de zaak naar de rechtbank terug.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S. Yildiz, griffier.
w.g. Lubberdink    w.g. Yildiz
lid van de enkelvoudige kamer    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 14 december 2016
594.