ECLI:NL:RVS:2016:3509
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring in vreemdelingenzaak over verblijfsvergunning en inreisverbod
De staatssecretaris wees de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af en legde een inreisverbod op. De vreemdeling maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze besluiten. De rechtbank verklaarde de beroepen niet-ontvankelijk omdat de gronden te laat waren ingediend en meervoudige beroepen tegen hetzelfde besluit volgens de rechtbank niet zijn toegestaan.
De vreemdeling stelde in hoger beroep dat alle beroepen tijdig waren ingediend, de gronden ook betrekking hadden op het tweede en derde beroep en dat de wet niet verbiedt meerdere beroepen tegen hetzelfde besluit in te dienen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank onjuist had geoordeeld over de ontvankelijkheid van het tweede en derde beroep, omdat de gronden binnen de gestelde termijn voor die beroepen waren ingediend en het systeem van de wet meervoudige beroepen toelaat.
De Afdeling vernietigde daarom het vonnis voor de zaken 16/6158 en 16/6673 en wees deze terug naar de rechtbank voor inhoudelijke behandeling, terwijl het oordeel over zaak 16/4572 werd bevestigd. Tevens stelde de Afdeling de proceskosten vast en bepaalde dat de rechtbank hierover beslist.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, het vonnis voor twee beroepen is vernietigd en deze zaken zijn terugverwezen naar de rechtbank voor verdere behandeling.