ECLI:NL:RVS:2016:349
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling
Bij besluit van 5 oktober 2015 legde de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie aan de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel op. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 28 oktober 2015 de maatregel ophefte en schadevergoeding toekende.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank terecht had vastgesteld dat het verdedigingsbeginsel was geschonden, maar dat deze schending niet had geleid tot een andere uitkomst van de procedure. De staatssecretaris verwees naar het arrest M.G. en N.R. van het Hof van Justitie, dat stelt dat een schending van het recht om te worden gehoord pas tot nietigverklaring leidt als de procedure zonder deze onregelmatigheid een andere afloop had kunnen hebben.
De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en toetste het beroep van de vreemdeling inhoudelijk. De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris voldoende had gemotiveerd waarom geen lichter middel werd toegepast en dat het beroep ongegrond was. Tevens wees de Afdeling het verzoek om schadevergoeding af en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.