ECLI:NL:RVS:2016:3437
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- R. van der Spoel
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugkeerbesluit en inreisverbod wegens onbevoegdheid staatssecretaris
De vreemdeling diende op 6 november 2014 een kennisgevingsformulier in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. De staatssecretaris nam op 21 april 2015 een terugkeerbesluit en vaardigde een inreisverbod uit. De vreemdeling maakte bezwaar tegen de reactie van de staatssecretaris op het kennisgevingsformulier, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het terugkeerbesluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het bezwaar ongegrond.
In hoger beroep klaagde de vreemdeling dat het kennisgevingsformulier wel degelijk een aanvraag was en dat de staatssecretaris onterecht het bezwaar niet-ontvankelijk had verklaard. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank onjuist had geoordeeld en vernietigde het besluit van 10 september 2015 en de brief van 1 juni 2015, en verklaarde het beroep gegrond. Tevens werd de staatssecretaris opgedragen binnen twaalf weken een besluit te nemen op de aanvraag.
Verder oordeelde de Afdeling dat het terugkeerbesluit van 21 april 2015 niet rechtsgeldig was omdat de vreemdeling op dat moment rechtmatig verbleef. Het besluit en het inreisverbod werden daarom vernietigd. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en deed zelf uitspraak in het hoger beroep.
Uitkomst: Het terugkeerbesluit en het inreisverbod worden vernietigd en de staatssecretaris wordt opgedragen binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen.