ECLI:NL:RVS:2016:3377
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening voorschotten kinderopvangtoeslag wegens onvoldoende bewijs kostenbetaling
Appellant maakte gebruik van gastouderopvang en ontving voorschotten kinderopvangtoeslag over de jaren 2010 tot en met 2013. De Belastingdienst/Toeslagen herzag deze voorschotten en stelde ze op nihil wegens onvoldoende bewijs dat appellant de kosten volledig had voldaan. Appellant maakte bezwaar en stelde dat hij tijdig bezwaar had ingediend en dat hij alle kosten had betaald, onderbouwd met kwitanties.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaar over 2010 te laat was ingediend en daarom niet-ontvankelijk was, maar verklaarde het beroep gegrond voor dat jaar. Voor de jaren 2011, 2012 en 2013 werd het beroep ongegrond verklaard omdat appellant onvoldoende bewijs leverde dat hij de kosten volledig had betaald, mede omdat niet alle betalingen via het gastouderbureau waren gedaan en de kassiersfunctie niet was vervuld.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij tijdig bezwaar had gemaakt en dat zijn kwitanties voldoende bewijs vormden. De Raad van State oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat het bezwaar over 2010 tijdig was ingediend en dat de kwitanties niet aannemelijk maakten dat hij de volledige kosten had voldaan. De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Appellant moet de ontvangen voorschotten terugbetalen, met mogelijkheid tot betalingsregeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat appellant de voorschotten kinderopvangtoeslag over 2010-2013 moet terugbetalen wegens onvoldoende bewijs van volledige kostenbetaling.